KCE stelt nieuwe richtlijnen op voor zwangerschapsvirus CMV en pleit voor terugbetaling behandeling
In dit artikel:
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceert nieuwe richtlijnen om de begeleiding van zwangere vrouwen met cytomegalovirus (CMV) in België te verbeteren. CMV is een veelvoorkomend virus dat meestal weinig symptomen geeft, maar tijdens de zwangerschap risico’s kan inhouden voor het ongeboren kind. Naar schatting krijgt 1–2% van de zwangeren een primaire CMV-infectie; van die gevallen wordt het virus in ongeveer 35% doorgegeven aan de foetus, en van die besmette baby’s ontwikkelt 10–20% klachten. Gehoorverlies komt het vaakst voor (ongeveer 20% van de getroffen kinderen), neurologische problemen zijn zeldzamer (circa 3%).
Het KCE ontdekte via een enquête onder zo’n 300 zorgverleners — huisartsen, gynaecologen en vroedvrouwen — aanzienlijke praktijkverschillen in diagnosticeren, opvolgen en behandelen van CMV tijdens de zwangerschap. De nieuwe richtlijn heeft als doel die variatie te verkleinen en de zorg te standaardiseren.
Een centrale aanbeveling betreft vroegtijdige behandeling met hoge dosissen valaciclovir: dit antivirale middel kan het risico op problemen bij de baby verlagen, maar het bewijs is nog beperkt. De behandeling is belastend (tot 16 pillen per dag) en wordt momenteel niet terugbetaald; het KCE pleit daarom voor een tijdelijke terugbetaling zodat financiële redenen de beslissing niet sturen. Omdat er nog geen vaccin bestaat, legt het KCE ook nadruk op preventie (voornamelijk hygiënemaatregelen bij contact met jonge kinderen), betere registratie van gevallen en grotere studies om diagnose- en behandelaanpak verder te onderbouwen.